Geschiedenis KiAL
B) Voor Grote Mensen

De droomlogo_kial

Op een dag, 17-11-1991, droomde de schrijver Hein van Elteren over twee kinderen van zeven, Jenny en Ralf. Ze voelen zich allebei nogal eenzaam en onbegrepen. Wanneer ze elkaar ontmoeten beginnen er wonderlijke dingen te gebeuren. Ze zien kleuren bij elkaar, kunnen samen praten in hun hoofd en herinneren zich dat ze ooit eerder geleefd hebben, als zusje en broertje. Als de een pijn heeft, voelt de ander die pijn ook en kan hem wegnemen. En ze verlangen soms (terug) naar een paradijselijke wereld, waarin alle mensen vrienden met elkaar en met de natuur zijn.
Over die droom schreef Hein achter elkaar een boek: Kleuren in de lucht. Ralf en Jenny gaan op avontuur in die nieuwe wereld. Dat is soms erg lastig en soms heel leuk. Geleidelijk ontdekken ze hoe ze het beste om kunnen gaan met hun grote gevoeligheid. Daarbij krijgen ze hulp van allerlei natuurwezens.
En… er blijken méér kinderen zoals zij te zijn, ook een soort broertjes en zusjes.
Ze vieren al met hun zessen vakantie op een nieuwetijdscamping in Zuid-Frankrijk. Op een nacht met volle maan ontmoeten ze in het bos een heleboel elfen, aardmannetjes en andere natuurwezens, die vertellen over een groot plan om de aarde weer mooi en heel te maken. Alle mensen kunnen meehelpen, vooral dromerige gevoelige kinderen met veel fantasie en goede ideeën. Zo open eindigt het verhaal. Het leek ‘alleen maar’ een mooie droom…

Niet alleen een droom

… maar het liep heel anders. Toen het boek in de winkels lag, begon Hein brieven van kinderen te krijgen. Zij herkenden zich sterk in het verhaal en wilden graag weten hoe het verder ging.
Hein bedacht een originele manier om met een aantal van die kinderen een vervolgboek te maken. Iedereen verzint eerst een leuke rol voor zichzelf. Mens, dier, geest of elf, het maakt niet uit. Het basisverhaal zit zo in elkaar dat het zich in alle mogelijke tijden en werelden af kan spelen. Samen bedenken de schrijvers avonturen waar hun karakters allemaal in voorkomen, plus natuurlijk Jenny, Ralf en hun vriendjes. Op een of andere manier hebben alle spelers elkaar nodig om de avonturen tot een goed einde te brengen. Zo ontstonden Het grote kleurenspel (1998), Dromen van de Tijdgrot (2001), en sinds 2004 is een nieuwe groep kinderen (intussen al ruimschoots tieners) bezig aan deel 4: De reis naar Kinder-Avonturenland.
De boeken kunnen (voor)gelezen worden als spannende romans over tijdpoorten, duistere wezens, magische krachten, de toekomst van de aarde… dingen die veel eigen-wijze gevoelige kinderen tegenwoordig bezighouden. Er is ook een diepere laag. Hier en daar tref je geleide fantasieën aan, bedoeld om je meer bewust te worden van je eigen wensen en krachten. Ook zijn er blanco kaders om zelf tekeningen te maken, en (in Dromen van de Tijdgrot) open vragen, waardoor je als lezer nog actiever bij het verhaal betrokken raakt.

Maatschappelijk belang

Dit is nog niet alles. Door zijn dromen te volgen heeft Hein namelijk een hele ontwikkeling doorgemaakt. In 1997 was hij medeoprichter van stichting Platform Nieuwetijdskinderen, als kunstenaar in een team met ouders, alternatieve therapeuten en leerkrachten.Van hen hoorde hij dramatische verhalen over tienduizenden kinderen die al jong problemen kregen door hun grote gevoeligheid en/of begaafdheid. De huidige snelle prestatie- en consumptiemaatschappij, met haar vele commerciële door volwassenen bedachte prikkels en trends, is vaak niet de meest ideale plek om in alle rust je talenten te ontwikkelen. Juist hooggevoelige kinderen raken gemakkelijk klem in (school)structuren en kaders waarin ze te weinig zichzelf kunnen zijn.